Paardengedrag

Paardengedragstherapie

Paardengedragstherapeut is een vrij nieuw en daardoor bij velen onbekend beroep. En dat is jammer, want een gedragstherapeut kan bij diverse grotere en kleinere problemen helpen. Het kan dan gaan om  abnormaal gedrag zoals stalondeugden, of om ongewenst gedrag, zoals bijten, schoppen en vluchten.

Wat doet een paardengedragstherapeut

Het eerste wat een goede gedragstherapeut doet is de oorzaak van het probleemgedrag achterhalen. Daarvoor moet de eigenaar een tamelijk uitgebreide vragenlijst invullen. Hierin wordt achtergrondinformatie over het paard gevraagd, zodat de therapeut zich alvast een beeld kan vormen.
De volgende stap is dat de gedragstherapeut het gedrag zelf komt observeren – mits dat niet gevaarlijk is natuurlijk! Door de achtergrondinformatie en het gedrag goed te analyseren, kan de gedragstherapeut vaststellen waardoor het probleemgedrag veroorzaakt wordt. Dit kan iets zijn in de omgeving van het paard, het paard kan pijn ervaren of er gaat iets niet goed in de omgang.
Als eerste zal een goede paardengedragstherapeut de oorzaak van het probleemgedrag willen oplossen. Als een paard bijvoorbeeld pijn heeft, zal het eerst door een deskundige behandeld moeten worden. Dit gebeurt in overleg met de eigenaar, waarbij ook wordt gekeken of de voorgestelde oplossingen haalbaar zijn.
Soms kan het nodig zijn het paard vervolgens opnieuw te trainen. Hiervoor stelt de therapeut een trainingsplan op.

De kracht van positieve bekrachtiging

Uit onderzoek, gedaan door onderzoekers aan de universiteit van Rennes blijkt dat jaarlingen die getraind worden met behulp van positieve bekrachtiging niet alleen sneller leren, maar ook dat wat ze geleerd hebben langer onthouden.
Bovendien hechten ze zich meer aan hun trainers.

Jaarlingen die beloond werden met voer als ze correct reageerden op een stemcommando, leerden nieuwe vaardigheden 40% sneller dan jaarlingen die geen voedselbeloning kregen.
De vaardigheden die die jaarlingen moesten leren waren onder andere stoppen op commando, rustig blijven staan met het halstertouw over de nek, terwijl de trainer het paard borstelt, de hoeven uitkrabt, een longeersingel omdoet en vliegenspray spuit.
Alle jaarlingen werden 5 dagen per week gedurende 5 minuten getraind, net zolang tot ze dit konden.

Gemiddeld hadden de jaarlingen die een beloning kregen 3.7 uur nodig om alles te leren, waar de andere groep 5.2 uur nodig had.
Daarbovenop bleek dat deze paarden wanneer ze vrij rondliepen in dezelfde ruimte als de trainer, vaker vrijwillig naar de trainer toekwamen en dichter bij haar bleven.

Bij een onderzoek een half jaar later, bleek dat de paarden die getraind met voedselbeloning deze vaardigheden beter onthouden hadden.